NEOLIBERALISME BRENGT WERELD(ECONOMIE) IN GEVAAR

Haalt u even diep adem en neem de tijd. Ik vrees dat er een long-read aan komt.

In alle eenvoud omschreven houdt neoliberalisme in: privatiseren, bezuinigen, dereguleren, vrijhandel en het verminderen van overheidsuitgaven. Dit stuk gaat dus over de neoliberalistische VVD van Mark Rutte & co. en zo…

Het ‘grappige’ van de casuïstiek is dat drie vooraanstaande IMF medewerkers het voornamelijk neoliberaal beleid van het ‘eigen’ IMF kraken (Jonathan Ostry, onderdirecteur, IMF’s research department; Prakash Loungani, devisie chef en Davide Furceri, econoom.) Na veertig jaren van neoliberalisme kan de balans opgemaakt worden: het brengt de toekomst van de wereld(economie) in gevaar. 

In plaats van groei heeft de wereldwijde neoliberale politiek de (inkomens)gelijkheid en de duurzame productie in gevaar gebracht. Verder is er de vrees dat de neoliberalistische economische politiek ook de wereldwijde economische politiek stagneert. Hoe dus het dereguleren en het openen van de binnenlandse (financiële) markten, voor buitenlandse concurrentie, samen met de kleinere rol van de overheid, bereikt door privatisering en het beperken van de mogelijkheden van regeringen om begrotingstekorten en verdere schulden te laten oplopen ongelijkheid vergroot en de duurzaamheid van productie verkleint. En dit dan drastisch!

En toen werd het moeilijk. Daarom zal ik twee voorbeelden geven:

  1.  Het kabinet bestudeert de mogelijkheid om de huursubsidie aan banden te leggen. Dit zal vooral (wederom) de middeninkomens treffen en de welvaartskloof vergroten. Na het privatiseren van de woningbouwcorporaties en de invoering van de belasting op het zogenaamde scheefwonen zullen voornamelijk weer de middeninkomens in welvaart achteruit gaan. De woningmarkt zit namelijk op slot en deze groep mensen kan werkelijk geen kant uit. Zo privatiseert én snijdt de overheid dus in het begrotingstekort. De deregulering en bezuinigingen hebben verder grote negatieve zij-effecten. Doordat veel mensen in deze sector een val in inkomen zullen ervaren zal in het gemiddelde de welvaart voor de voornamelijk middeninkomens van deze groep ook zwaar getroffen gaan worden. Het groot kapitaal vaart er ondertussen wel bij.
  2. De neoliberalistische stromingen in de wereldpolitiek zorgen er maar mondjesmaat voor dat er op het gebied van duurzaamheid en klimaatakkoorden successen worden geboekt. Deze successen worden dan nog eens gepresenteerd als baanbrekend en revolutionair. Diverse vooraanstaande klimatologen en wetenschappers waarschuwen al decennia voor de gevolgen van de klimaatverandering. Nu uiteindelijk in rap tempo de klimaatverandering, de opwarming van de aarde met stormen, droogten en andere rampen, keihard toeslaan, zijn de armsten op deze wereld weer het haasje en zijn wij terug bij af. Het neoliberale beleid zorgt dus, doordat men de vrije markt en het dereguleren van regels vooropstelt, voor het versneld uitputten van onze grondstoffen en zo voor de verdere vernietiging van onze aarde. Schandelijke (zelf)verrijking ten koste van het leven op aarde is het devies lijkt wel.

Er is ook veel gejuich geweest rondom het neoliberalisme: buitenlandse, doch private investeringen hebben geleid tot het verspreiden van (technische) kennis, een efficiënter aanbod van diensten en zo een verlaagde fiscale druk op de regeringen. De über-hosanna over de neoliberalistische impact heeft ook altijd de eer toegedicht gekregen als het gaat om de vermindering van de armoede op de wereld. Maar had dit niet anders gekund met een zelfde effect?

Uiteindelijk is het zo dat op middellange termijn de privatisering van staatsbedrijven heeft geleid tot een hogere efficiëntie en zodoende een lagere fiscale last op deze overheid. Maar wat is het effect op de lange termijn als er door massaontslagen bij voormalige staatsbedrijven of het achterblijven van de lonen of verrijking aan de top een steeds grotere kloof tussen arm en rijk en tussen burger en politiek ontstaat? Er doemt een groot probleem op, terwijl de rust op de financiële markten volgens zeggen is wedergekeerd, verzeker ik u dat dit schijn is! Het door het ECB bijdrukken van de maandelijks vele miljarden gaat leiden tot een forse geldontwaarding op lange termijn en zodoende een nóg grotere armoedeval. De lage rentes hakken in op onze pensioenvoorzieningen en het pensioen wat er uiteindelijk overblijft zal in koopkracht achterblijven door de te verwachten inflatie. Deze geldontwaarding wordt door de huidige politici op de koop toegenomen. Het stevig afromen van de pensioenreserves door overheid en bedrijven is een grof schandaal!

Er zijn twee zaken die zeer duidelijk een wereldwijd probleem hebben gecreëerd. De begrotingsconsolidatie, of wel het verminderen van begrotingstekorten, en de reductie van schulden (soberheid) én het vrije verkeer van kapitaal, of wel de zogenaamde liberalisering van de kapitaalrekening. Een assessment van deze specifieke neoliberale policies tonen drie verontrustende conclusies:

  1. De voordelen, in termen van meer groei, lijken tamelijk moeilijk vast te stellen als we kijken naar een brede groep van landen.
  2. De kosten in termen van de toegenomen ongelijkheid zijn prominent aanwezig. Dergelijke kosten belichamen de trade-off tussen de groei en verdelingseffecten van sommige aspecten van de neoliberale agenda.
  3. De toegenomen ongelijkheid raakt het niveau van duurzaamheid en groei drastisch. Zelfs als de groei het belangrijkste doel van de neoliberale agenda is.

Over de liberalisering van de kapitaalrekening, de financiële openheid valt verder nog te melden dat er inderdaad voordeel te behalen valt voor armere landen. Landen met weinig kapitaal. Deze landen kunnen micro en macro leningen aangaan die op de markt aangeboden worden. Uiteindelijk brengt dit enorme risico’s met zich mee. De huidige economische crisis, die in 2008 is begonnen en volgens vele liberalen wel achter de rug is, is mede het gevolg van deregulering en een ongekend wereldwijde marktkapitalisme waarbij de winsten boven alles staan. Snel geld maakt diepe schulden.

De link tussen financiële openheid en economische groei is complex. Sommige inkomende financiële stromen, zoals directe buitenlandse investeringen, waaronder bijvoorbeeld technologie of menselijk kapitaal, lijken de middel lange termijn groei inderdaad te stimuleren. Maar de impact van andere stromen, zoals effectenverkeer en bankieren (maar voornamelijk de speculatieve schuldeninstroom) lijken geen voordeel en groei op te leveren. Sterker nog, de enorme risico’s die gepaard gaan met deze zaken worden vaak gebagatelliseerd. De overall effecten zijn voornamelijk afhankelijk van de natuur van de instituties en/ of politieke stromingen die de financiële stromen reguleren.

De voordelen van groei in deze lijken onzeker. Daartegenover staan dan wel de kosten van de risico’s van de economische volatiliteit. Het lijkt er op dat de neoliberale benadering het aantal crisis momenten laat toenemen. Sinds 1980 zijn er ongeveer 150 episodes van pieken van kapitaal instroom geweest in meer dan 50 opkomende markteconomieën, zoals weergegeven in het linkerpaneel van grafiek 2. Ongeveer 20 procent van deze episodes eindigden in een financiële crisis en veel van deze crisisperioden worden geassocieerd met een grote productie daling  (Ghosh, Ostry, and Qureshi, 2016).

ostry2

De grootte van de staat
Het terugdringen van de overheidsgrootte is een ander aspect van de neoliberale agenda. Het privatiseren van een aantal bestuurlijke functies is hiervan een voorbeeld. De andere optie is die van de beperking van overheidsuitgaven en het beperken van de accumulatie van schuld, zoals bijvoorbeeld de grens van 60 procent van het bruto nationaal product in de Eurozone (Maastricht-criteria). In tijden van crisis rijst dan wel de vraag of een overheid zich niet ‘kapot’ bezuinigt. Een spiraal van werkloosheid en een verlaging van de productie zijn het gevolg. Zo pleit het IMF voor het betalen van de schuldquote op middellange termijn. De eisen die bijvoorbeeld de Eurogroep aan Griekenland stelt, gaan bijna alleen maar over de korte termijn. Een hele generatie jongeren maakt totaal geen kans op de arbeids- of huizenmarkt. De armoedeval is groot en het verschil tussen arm en rijk is immens. De middenklasse lijkt totaal weggevaagd.

De huidige economische crisis, die aan de oppervlakte in landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten of Duitsland veel schokken te weeg brengt, maar waar wel budgettaire ruimte is, dus weinig kans op een fiscale crisis, had waarschijnlijk voorkomen kunnen worden door het afbouwen van de schulden tijdens rustigere economische tijden. Een land zoals Nederland heeft op te grote voet geleefd en had de schulden moeten afbouwen om zodoende minder gevoelig voor en gehavend uit de crisis, die in 2008 begon, te komen. Het betalen van schulden is van essentieel belang.

In Zuid-Europa is alles een stuk moeilijker. Er is weinig ruimte om geld te lenen op de internationale markten. De kosten en risico’s zijn hiervoor te hoog. Deze landen zullen dus aan begrotingsconsolidatie moeten doen. Dientengevolge dat ook hier een hoge werkloosheid en armoedeval waar is te nemen. De kloof tussen arm en rijk wordt als maar groter. Vergeet daarbij niet de politieke en sociale onrust!

De gemiddelde begrotingsconsolidatie van 1 procent van het bbp verhoogt de langdurige werkloosheid met 0,6 procentpunt. Het verhoogt binnen vijf jaar de Gini-coëfficiënt (inkomensongelijkheid) met 1,5 procent.

Een nadelige lus
De bovengenoemde zaken, de wijze waarop de neoliberale politiek en economische benaderingen de afgelopen veertig jaren hun agenda hebben proberen uit te voeren, lijken nu in een nadelige lus te eindigen. Er is sterk bewijs dat er een aanzienlijk lager welvaarts- en duurzaamheidsniveau aan het ontstaan is door het distributionele effect van deze zogenaamde negatieve loop (Ostry, Berg en Tsangarides, 2014).

De economische schade die hierdoor ontstaat zou voor de beleidsmakers een reden mogen zijn om een eerlijkere en betere verdeling van inkomen tot beleid te maken. Eén van de voorafgaande voorzieningen die men kan treffen is het sterk verhogen van de uitgaven voor onderwijs en opleidingen. Strategieën om negatieve gevolgen voor lage inkomensgroepen te minimaliseren zijn ook ten zeerste aan te bevelen. Het is aan de overheid om door middel van belastingen de welvaart op een eerlijke manier te verdelen. Ik kan het begrijpen als deze laatste zin voor een VVD-er moeilijk te begrijpen is. Het pandje van een miljoen moet natuurlijk wel voorzien zijn van hypotheekrente aftrek.

Het is zoeken naar een balans, maar het beleid van de laatste veertig jaren lijkt uit te gaan lopen op een catastrofe. De tijd is daar voor een nieuw politiek en economisch systeem. De bevolking  heeft te weinig inbreng om deze zaken voldoende te sturen. Wanneer komt de politiek tot inkeer?

Als persoonlijke voetnoot voeg ik toe dat het ongebreidelde privatiseren in Nederland er mijn inziens voor heeft gezorgd dat er veel politici na hun carrière overstappen naar commerciële instellingen en daar vaak persoonlijke integriteit aan hun laarzen lijken te lappen.
Verder heb ik mijn bedenkingen over de langdurige opwarming van de aarde. Uit diverse wetenschappelijke verhandelingen lijkt ook een scenario van uiteindelijke rampzalige en directe afkoeling met een kleine ijstijd tot de mogelijkheden te behoren. Nog rampzaliger hierin is de trage reactie van de politiek.

Bronnen:
SHOULD THE IMF PURSUE CAPITAL-ACCOUNT CONVERTIBILITY
REDISTRIBUTION, INEQUALITY, AND GROWTH
WHEN SHOULD PUBLIC DEBT BE REDUCED?
THE DISTRIBUTIONAL EFFECTS OF FISCAL AUSTERITY
ASSESSING FISCAL STRESS
IMF WORKING PAPER